De temperatuur bedraagt 2°C, zo vertelt mijn cyclocomputertje. De zon hangt laag maar schijnt vrolijk. De tijd staat aan mijn zijde. Ik besluit mijn fietsplunje aan te trekken en de eerste training van het jaar aan te vatten. Tijdens het eerste weekend van juli staat de gesel van de Marmotte op het programma. Een ware uitdaging. Er is nog werk aan de winkel.
Al na de eerste stevige lendeslagen, die me een meter of 100 verder brengen, vraag ik me af waarom - o waarom - ik in godsnaam deze snerpende kou wil trotseren? De wind staat overigens strak. Neen, ik ben geen pussy, dus hou vol. Vijftig kilometer, dat kan zoveel toch niet zijn?
Gelukkig word ik al snel warmer. Ik ben op mijn eigen lichaam aangewezen voor comfort, dus rijd snel genoeg om het warm te krijgen, maar net niet zó snel, dat mijn longen er pijn van doen. Evenwicht zoeken, daar komt het op neer. Over enkele kilometers zal ik afgesneden zijn van de bewoonde wereld. Dan is het enkel Sascha and his bike. Een Merida Pro Issue overigens. Ik hou van die fiets.
Het gras, eens zo groen, heeft een witte schijn. Althans daar waar de zon niet komt. Het wateroppervlak wordt bedekt door plakken ijs. Toch een indicatie dat het écht wel koud is. Ik deemster weg in filosofische overpeinzingen….
Arrogantie is een masker. Maar het masker past strak rond het smoelwerk. Zou er veel literatuur over de karabas (lees: karabasj) terug te vinden zijn? Ik zal het straks anders maar eens googlen, want ken een leuke anekdote over dat beest. Misschien moet ik Martin Gauss maar eens bellen, die weet daar heus wel raad mee. Waarom ben ik zo gebiologeerd door Renske De Greef? Dat kind kan niet eens schrijven. Neen, dan is Derk-Jan Eppink van ander kaliber. Waar is de tijd dat ik hem naar Leuven wist te lokken… achteraf schold hij me wel uit voor adept van de Stevaert-jügend. Mooie tijden waren dat.
Ondertussen ben ik al een goed stuk gevorderd. Ter hoogte van Dessel neem ik een bocht, mijn afzwaai terug naar Limburg. Ik heb de stal geroken, maar de benen doen pijn. Ik voel dat mijn knieën steeds meer naar buiten toe wijzen en hun afstand nemen van het frame. Alsof ze er van willen vluchten. Volgens mij komt dit -het moet gezegd worden- mijn gezwinde stijl niet tengoede. Ik ben een renner van het type Spaanse klimmer, zo een beetje een Valverde.
Ik voel me echter herleven als ik, na het passeren van de brug in Olmen, de naamwijzers naar Ham zie verschijnen. Mijn cyclocomputer geeft naast de temperatuur, ondertussen 1°C, ook de hoogte en stijlte aan. 35 meter, 0%.
De Limburgse Kempen zijn mooi, maar o zo plat.

Filed under: Limburg | Tagged: Derk-Jan Eppink, fietsen, La marmotte, Limburgse Kempen, martin Gauss, Merida, Renske De Greef






