Zo-even, de kritieken ten spijt, de vierde Rambo-episode gaan letten. Het is niet simpel om zomaar alles overboord te gooien, de blik op oneindig te stellen, en het brein slechts de meest vitale functies te laten instrueren. Ademen bijvoorbeeld. Maar goed, jeughelden laat je nu éénmaal niet in de steek.
Het plot scheelt ‘m niet zoveel van de drie voorgangers, of toch? Neen. We ontmoeten opnieuw een teruggetrokken en getormendeerde John Rambo -ditmaal in Thailand- die zich in een lokaal-tribale gemeenschap weet nuttig te maken als schipper. Blablabla. Non-believers van de Amerikaanse hegemonie zullen het tijdens deze scene misschien wat moeilijk krijgen want blijkbaar is Sly, euh, ik bedoel John, de enige die het slangenvangen onder de knie heeft. Niet slecht voor een cowboy hoor ik je al denken, maar hey, het bekritiseren van Uncle Sam mag dan wel bon ton zijn, John heeft tenslotte wel nog in “The Nam” gevochten. Vandaar zijn slangenkennis, vandaar zijn trauma’s.
Wat verder volgt is niet bepaald een genuanceerd beeld over de politiek-militaire situatie van Birma, maar, wie geeft er een fock om? Vrij snel wordt er immers overgegaan tot hetgeen waarvoor de cinemabezoeker uiteindelijk gekomen is: onversneden geweld en dan vooral daarbij gepaard de kromgetrokken smoel van John Rambo himself. Wie herinnert zich nu niet het betere smoelenwerk uit de vorige episodes; tijdens de finale supermarktscene in First Blood, na de dood van zijn liefje in RamboII of op het Afghaanse paard in RamboIII?
Geweldadigheden die vanwege de technische beperkingen uit jaren 80 en 90 onmogelijk waren, worden hier gewoonweg op het scherm getoverd dat het een lieve lust is. Alsook de steroïden. Het morele klimaat zal anno 2008 ook wel beter zijn dan dat van 1982. Brutaliteiten als rondvliegende armen, openspattende hoofden en uitretende darmen zouden toen simpelweg de censuur niet overleefd hebben.
De échte Rambo-fan zal het allicht niet ontgaan zijn, Sly -ditmaal ook director- weet met enkele cliché’s op intelligente wijze af te rekenen. Zo wordt het Rambo-mes definitief opgeborgen en vervangen door een zelfgesmede machete. Richard Crenna maakt evenmin zijn opwachting, al zal diens ondertussen nóg hoogbejaardere leeftijd dan Sly (ook de 60 gepasseerd) er ook wel voor iets tussenzitten.
Ach, ik ben geen officiële recensent, maar in het huidige Humo-systeem krijgt de film van mij toch een dikke twee sterren; -1 voor de pens van Sly en -1 voor de schabouwelijke acteerprestatie van Julie Benz. Zowel ik als John Rambo worden er dit jaar 26. Als mijn ouders nog mogen genieten van de Stones, waarom ik dan niet van mijn eeuwige actieheld?
Filed under: recensies | getagged: nostalgie, Rambo, Sly, Sylvester Stallone







Sterren komen, sterren gaan, alleen Rambo blijft bestaan!