Neervleiend in de zetel voel ik de wereld onder mijn voeten wegsmelten. Zappers in aanslag. Suzan Vega doen zwijgen en Frida Van Wijck laten bewegen op het gepaste moment. Dansen en springen zelfs. Goed feministisch boek van Doris Lessing binnen handbereik. De ware toedracht van het vrouwelijk ongeluk ontmaskeren behoort tot de mogelijkheden vanavond. Glaasje pinot nero uit de provincie Pavia ook. Plop, fles open. Last but not least, laptop op de schoot om de wereld nogmaals te veranderen. Slecht voor de teelballen ’t schijnt.
Vooralsnog worden letters gegeten noch geschreven. Voor inspiratie moet ik misschien maar even die stapel DM magazines ter hand nemen, daar staat altijd wel een leuk artikel in, over, pakweg wijn. Ik rep mijn door mezelf zo geadoreerde lichaam naar de keuken om een tas venkelthee te maken. Finoccio in het Italiaans, om in de sfeer te blijven. Berlijn komt nog 10.000 handtekeningen te kort om de luchthaven van Tempelhof te redden. Als het moet ga ik eigenhandig fundraisen. Een genuanceerde visie hebben is belangrijk. Zowel Nazi- als Stalinregimes verdienen beoordeling op hun merites.
Ondankbare hond, dat is volgens Fjodor Dostojevski nog de beste definitie van de mens. Misantrope hond toch wel, die 19de eeuwse Rus. Hoe komt toch dat het woord “hond” mij zo door de hersenpan galmt? Hond, het klink zo baldadig. Zo gemeen en zo hard. Het moet zijn dat columniste Jacqueline Goossens in een recent stuk over het lot van zovele New Yorkse omnivore vrienden schreef. Schrijfsters in New York. Hun lot is onzeker, door de aanslepende kredietcrisis ondermeer. Hun viervoeters hebben het bijgevolg ook lastig.
Wie kent ze niet. Van die types die altijd en overal een hond in het gezelschap behoeven. Waarom toch? Een gebrek aan persoonlijkheid // aanstellerigheid // een vertrokken zelfbeeld // een constante en niet verzadigbare drang naar bevrediging // de blutsen van het alleenstaande leven niet met de builen willen nemen // angst… om alleen te zijn, niet afgeleid te raken. Ja, voor afleiding zorgt zo’n keffer nu en dan wel eens. Likken, janken, kermen en keffen.
Toch ben ik ten stelligste de mening toegedaan dat hond en baasje niet meer dan elkaars spiegel zijn. Want ik zou het haast vergeten. Leuke mensen coïncideren met leuke honden. Geen kutlikker nog kuitenbijter voor hen. Wil net lukken dat ik daarstraks een hond in de etalage zag liggen en er ei zo na langs scheerde zonder er ook maar één moment bij stil te staan dat het wel een heel bijzondere situatie betrof. Het beest paste zo goed in die etalage, dat het er haast wel om leek gedaan. Ik vertederde en dacht bij mezelf wat voor een ondankbare hond ik toch wel ben.







“…plop, fles open…” Gij hebt dus een kabouter als huisslaaf?